Men zegt dat gemeentefusies de efficiëntie verhogen. Op papier klopt dat: structuren worden groter, administraties samengebracht. Maar in werkelijkheid verdwijnen gemeenten met hun eigen geschiedenis, vorm en identiteit. Voor veel inwoners betekent dat ook een gevoel van vervreemding. Wat ooit herkenbaar en nabij was, wordt plots groter en abstracter.
Wat is vandaag nog “lokaal”? En voelen we ons werkelijk dichter bij het beleid — of net verder ervan?
Ik schrijf dit vanuit het perspectief van onderuit.
Het systeem doet me denken aan een schuifladder: het eerste deel uitschuiven lukt nog, maar elk volgend deel wordt zwaarder, tot het bijna onmogelijk wordt om de top te bereiken. De ladder lijkt ontworpen om hoger te geraken, maar tegelijk zo geconstrueerd dat de top buiten bereik blijft.
Bestuursniveaus stapelen zich op, bevoegdheden worden verdeeld, en voor veel burgers is het steeds minder duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.
Je woont in één en dezelfde gemeente, maar langs een gemeenteweg of een gewestweg gelden andere regels, andere procedures en andere aanspreekpunten. Op papier lijkt dat detailwerk. In de praktijk betekent het vaak dat je van loket naar loket wordt gestuurd. Gehoord worden bij verschillende diensten is geen evidentie. Het ontmoedigt en creëert afstand tussen burger en bestuur.
En toch draagt diezelfde burger in al die structuren zijn deel bij.
Langzaam begin je vragen te stellen bij “het systeem”. De enige zekerheid lijkt soms dat taksen en lasten stipt in de brievenbus of e-box verschijnen. Zijn ze noodzakelijk? Over één zaak moeten we eerlijk zijn: sociale voorzieningen kosten geld — veel geld.
Maar als aandeelhouder van België — want zo mogen we ons toch noemen — verwacht je dat je bijdrage rendeert. Dat middelen efficiënt worden ingezet, met duidelijke verantwoordelijkheid en zichtbaar resultaat.
Ironisch genoeg zou je denken dat bestuur vandaag toegankelijker is dan ooit. Digitalisering, schaalvergroting en centralisatie zouden het eenvoudiger maken. Toch ervaren veel burgers net het tegenovergestelde.
Misschien moeten we daarom durven nadenken over een andere bestuurlijke schaal.
Provincies zijn groot en divers. Binnen één provincie bestaan regio’s met totaal verschillende economische realiteiten, geografische kenmerken en maatschappelijke uitdagingen. De noden van een landelijke streek verschillen fundamenteel van die van een verstedelijkt gebied. Toch worden ze binnen éénzelfde provinciale structuur samengebracht.
Die schaal creëert onvermijdelijk afstand.
Regiowerking — via structurele samenwerking tussen gemeenten — sluit vaak beter aan bij de werkelijkheid op het terrein. Gemeenten die geografisch, economisch en sociaal met elkaar verbonden zijn, kunnen samen beleid voeren dat dichter bij de leefwereld van hun inwoners staat.
Laat burgemeesters en schepenen rechtstreeks verkozen worden. Wanneer zij samen een regioraad vormen, blijft de democratische legitimiteit dus bestaan. Het verschil is dat de samenwerking vertrekt vanuit lokale verantwoordelijkheid en concrete noden, niet vanuit een vaste bovenlaag.
De fundamentele vraag is dan ook eenvoudig: welke schaal werkt het best?
Een vaste bestuurslaag met een groot territorium?
Of een flexibele samenwerking tussen gemeenten die vertrekken van wat een streek werkelijk nodig heeft?
Als regio’s duidelijke bevoegdheden krijgen en middelen overnemen die vandaag op provinciaal niveau zitten, kan het bestuur zelfs eenvoudiger worden.
Geen extra bestuurslaag, maar een herschikking:
Gemeente – Regio – Gewest.
In zo’n model verdwijnen overlappingen en verkort de afstand tot de burger. Gemeenten behouden hun identiteit, terwijl samenwerking toch schaalvoordelen mogelijk maakt.
Maar als regio’s enkel bovenop de bestaande structuren komen, dan doen we precies het tegenovergestelde van wat nodig is: we vergroten de complexiteit die we zeggen te willen verminderen.
Misschien ligt de oplossing dus niet in groter of kleiner, maar in duidelijker.
Niet meer niveaus, maar heldere bevoegdheden.
Niet meer structuren, maar betere samenwerking.
Efficiënt bestuur betekent niet automatisch schaalvergroting.
Misschien betekent het gewoon: samenwerken op een schaal die voor mensen herkenbaar blijft.
