Op elke Vlaamse feestdag valt steeds weer dezelfde kloof op: die tussen de luchtige, vrolijke feestelijkheden en de zwaarwichtige, strijdlustige politieke bijeenkomsten. Op de eerste wordt het Vlaamse stilletjes naar de achtergrond geduwd, op de tweede wordt steeds vaker gedrukt op de grote gevaren die Vlaanderen bedreigen. Als je complexloos je Vlaamsheid beleeft met leeuwevlag en al zonder daarbij te foeteren op de overheid, de migranten of de culturele subsidieslurpers, val je bij beide uit de boot.
Alsof je moet kiezen.
Alsof Vlaamse identiteit automatisch samenhangt met conservatisme. Alsof progressieve waarden per definitie botsen met Vlaamse autonomie. Alsof liefde voor je eigen gemeenschap alleen geloofwaardig is wanneer je je afzet tegen anderen.
Niets is minder waar. Je kan perfect progressief én Vlaamsgezind zijn. Sterker nog: voor wie gelooft in democratie, verantwoordelijkheid en nabij bestuur is dat een logische combinatie.
Maar wat is ‘progressief’? De term heeft de voorbije jaren een negatieve bijklank gekregen mede door volgehouden framing uit rechts-conservatieve hoek en -toegegeven- zeer bedenkelijke, soms ronduit idiote uitspraken en handelingen van wat klassiek voor progressief doorgaat.
Zo wordt ‘progressief zijn’ in een ideologisch vakje gedwongen en gewrongen, wat het geenzins is. Progressief zijn betekent geloven in vooruitgang. In gelijke kansen. In kwaliteitsvol onderwijs. In een sterke rechtsstaat. In duurzaamheid. In innovatie. In individuele vrijheid én sociale verantwoordelijkheid. En vooral: niet blindstaren op de problemen, maar met open blik kijken en zoeken naar mogelijkheden en kansen.
Ook ‘Vlaamsgezind’ is een besmeurde term geworden, zowel door de enge tot soms ranzige invulling ervan door conservatieve nationalisten als door zichzelf ruimdenkend wanende linksige mondialisten die ‘Vlaamsgezind’ maar wat graag verengen tot een nauwe kerktorenmentaliteit. Vlaamsgezindheid wordt zo te vaak en te makkelijk voorgesteld als een identiteit die zich afzet tegen België, tegen Europa of tegen migratie.
Maar regionalisme, of positief patiottisme zoals D66 het in Nederland noemt, is iets helemaal anders. Het vertrekt niet vanuit het idee dat anderen minderwaardig zijn. Het sluit zich niet op, maar richt de blik naar buiten. Het vertrekt vanuit het subsidiariteitsprincipe: beslissingen neem je op het niveau dat zich daar het beste toe leent en zo dicht mogelijk bij de burger. Het volgt het vroeger nochtans door progressieven omarmde adagio ’think global, act local’. Niet vanuit een defensieve reflex, maar omdat het meestal leidt tot beter beleid, meer democratische controle en grotere betrokkenheid.
Wie vindt dat onderwijs beter moet, kijkt vanzelf naar Vlaanderen. Wie wil investeren in innovatie, welzijn, cultuur of economie, komt opnieuw uit bij Vlaanderen. Omdat daar vandaag de meeste hefbomen liggen.
Meer Vlaamse verantwoordelijkheid is dus geen doel op zich, maar een middel om beter beleid mogelijk te maken.
Je kunt trots zijn op Vlaanderen zonder neer te kijken op anderen.
Je kunt houden van je taal zonder andere talen te minachten.
Je kunt streven naar meer Vlaamse autonomie én tegelijk overtuigd Europeaan zijn.
Je kunt grenzen belangrijk vinden én openstaan voor wie zich hier wil engageren.
Zelfvertrouwen heeft geen vijand nodig.
Misschien ligt daar wel het fundamentele verschil tussen een positief en een negatief verhaal over Vlaanderen.
Zowel rechts als links maakt vandaag van Vlaanderen een negatief verhaal. De eersten vertrekken vanuit frustratie. Voor hen wordt Vlaanderen voortdurend bedreigd, tegengewerkt of benadeeld. De toekomst oogt somber en anderen krijgen meestal de schuld. Voor de anderen is Vlaanderen een eng en xenofoob concept dat er enkel op uit is mensen uit te sluiten en tegen elkaar op te zetten.
Ons ‘pogressief regionalisme’ is een positief verhaal dat vertrekt vanuit vertrouwen en verantwoordelijkheid.
Vertrouwen dat Vlaanderen over de kennis, de mensen en de creativiteit beschikt om zijn eigen toekomst vorm te geven. Vertrouwen in de idee dat samenwerken en samenleven meer opbrengen dan continue rivaliteit en conflict.
Dat betekent niet dat alles perfect is en we moeten wegkijken van de problemen die er zijn. Onze begroting moet gezonder. Ons onderwijs beter. Onze mobiliteit slimmer. Onze natuur sterker. Onze economie innovatiever. Onze overheid efficiënter.
En daarom geloven wij ook in meer (beleids)verantwoordelijkheid voor Vlaanderen.
Op 11 juli vieren we dus niet alleen ons verleden, maar kijken we vooral vooruit naar een open, zelfbewust Vlaanderen dat gelooft in vooruitgang.
En precies daarom geloven wij dat progressief en Vlaamsgezind elkaar niet uitsluiten, maar net versterken.
