De Amerikaanse president Donald Trump heeft de Koerden herontdekt. Het autoritaire en gewelddadige religieus-conservatieve regime van Iran laat zich immers blijkbaar niet zo makkelijk opzij zetten, zelfs al worden de leiders ervan omgebracht. Zonder inzet van grondtroepen zal het niet zo makkelijk zijn om tot een beslissend resultaat te komen.
Maar zelfs Trump weet dat het riskeren van Amerikaanse levens in een verre oorlog niet goed ontvangen zal worden op het thuisfront, zelfs niet bij zijn achterban. Dus wordt er gezocht naar andere oplossingen. En daarbij komen -opnieuw- de Koerden in beeld.
Het is niet de eerste keer dat de Koerden gevraagd wordt of zij “even kunnen bijspringen” in een conflict. De Koerden zijn in het Midden-Oosten al decennia de brandblussers van andermans branden. Jammer genoeg eindigen ze steevast zelf in de as. Het is een herhaling van een beschamend patroon.
1975: Saddam 1
In de jaren zeventig moedigde president Gerald Ford via de CIA de Iraakse Koerden aan om in opstand te komen tegen het regime in Bagdad. Het was een zet tegen de invloed van de Sovjet-Unie in de regio. Maar zodra de VS via diplomatieke deals met Iran en Bagdad hun strategische doelen bereikten, werd de steun abrupt stopgezet. Duizenden Koerden werden overgeleverd aan de wraak van Saddam Hoessein. Meer dan 200.000 Koerden sloegen op de vlucht, tienduizenden werden opgepakt, gemarteld en gedood. Washington keek weg.
1991: Saddam 2
Midden februari 1991 riep president George W. Bush senior in een speech de Iraakse bevolking op om in opstand te komen tegen Saddam. De Koerden luisterden weer. Samen met Sjiitische rebellen kwamen ze openlijk in opstand tegen de relatief verzwakte regeringstroepen. Ze hoopten op steun van hun Amerikaanse bondgenoot. Maar toen Saddam zijn helikopters inzette om de opstand neer te slaan, kwam die militaire steun er niet en werden ze aan hun lot overgelaten. Het gevolg: massale vluchtelingenstromen, afgeslachte dorpen en opnieuw het besef dat Amerikaanse woorden geen enkele garantie bieden.
2014–2019: IS
Tijdens de snelle opmars van Islamic State waren het opnieuw de Koerden – in Irak én in Syrië – die de zwaarste gevechten voerden. Zij vormden de meest efficiënte grondtroepen tegen het kalifaat. Westerse leiders prezen unaniem hun moed en opoffering. Wapens en luchtsteun stroomden binnen.
Tot de strategische prioriteiten verschoven. De Koerden, succesvol in hun strijd tegen IS, bouwden stilaan hun eigen ruimte uit in het noorden van Syrië en Irak, dik tegen de zin van Turkije dat vreesde dat dit de Koeren in hun gebied op ideeën zou brengen. Erdogan vroeg en kreeg in 2019 groen licht van Trump om Noord-Syrië binnen te vallen, gericht tegen precies die Koerdische milities die jarenlang als bondgenoten hadden gefungeerd tegen IS. De boodschap was opnieuw: bedankt voor de diensten, maar nu hebben we jullie niet meer nodig.
Geen partijpolitiek
Zowel Republikeinen als Democraten hebben dit patroon herhaald. De Koerden worden bewapend wanneer het Washington uitkomt, genegeerd wanneer het lastig wordt, en opgeofferd wanneer een NAVO-bondgenoot of regionale deal belangrijker blijkt.
En nu zien we weer hetzelfde scenario op tafel komen: als de VS de confrontatie met Iran tot het einde willen aangaan zonder zelf grootschalig troepen in te zetten, dan zijn Koerdische strijders een handige proxy. Ze kennen het terrein. Ze hebben militaire ervaring.
Het is niet duidelijk wat Trump hen deze keer in ruil belooft, maar elke keer dat zij zich laten overtuigen, komen ze er zeer bekaaid van af.
Offer zonder beloning
De Koerden hebben keer op keer bewezen dat ze bereid zijn te vechten tegen dictators, jihadisten en autoritaire regimes. Wat ze niet hebben, is een staat die hen beschermt of een bondgenoot die hen trouw blijft wanneer de camera’s verdwijnen.
Als Trump – of eender welke Amerikaanse president – werkelijk gelooft in partnerschap, dan betekent dat meer dan tijdelijke bewapening. Dat betekent politieke garanties, diplomatieke bescherming en bereidheid om ook na het laatste schot verantwoordelijkheid te dragen en betrouwbaarheid te tonen.
Zonder dat is elke nieuwe oproep aan de Koerden niets minder dan een herhaling van een oud recept: gebruik hun moed, incasseer de winst, en laat hen achter tussen het puin.
De geschiedenis heeft dit al te vaak bewezen. De vraag is niet of de Koerden opnieuw zullen vechten. De vraag is of ze opnieuw zullen worden verraden.
