Het debat over besparingen in de gezondheidszorg is een rookgordijn. De echte vragen worden niet gesteld.
Terwijl partijvoorzitters via de media bepalen waar de volgende miljarden gevonden moeten worden, wachten verpleegkundigen op een loonopslag en patiënten op een afspraak. Het is 1 mei. Een goed moment om te zeggen wat er écht scheelt.
Het jongste begrotingsrondje heeft een impliciet akkoord doen sneuvelen dat de gezondheidszorg buiten schot zou houden. Valerie Van Peel opent het vizier op het remgeld en de controleartsen. Heilige koeien van Vooruit, zo luidt de framing. En ja, hier zijn dingen scheefgegroeid. Maar wie de discussie daar laat stoppen, mist de kern. Dit debat is een rookgordijn. Het laat toe om niet te praten over de structurele problemen die ons zorgsysteem al jaren vertragen en verzwaren.
Neem de groeinorm. Die norm garandeert al jaren dat het gezondheidsbudget boven inflatie groeit. En dit is terecht, want de vergrijzing drijft de zorgvraag onvermijdelijk op. Maar bovenop een groeiend budget vragen om ook te besparen is een politieke contradictie die niemand wil uitleggen. En zolang er sowieso middelen bijkomen, is er weinig reden om jezelf efficiënter te organiseren. De prikkel ontbreekt.
Neem ook de staatsstructuur: gezondheidszorg is een domein met bijzonder veel spelers, die elk hun positie bewaken. Zorginstellingen rapporteren op drie bestuursniveaus en vragen op drie niveaus financiering: federaal, vlaams en (inter)stedelijk/gemeentelijk. Kwaliteitscontrole is terecht streng, maar de uitvoering ervan is doorgeslagen: gekwalificeerde zorgverleners mogen nauwelijks zelf inschatten wat het beste is voor hun patiënt, want de zorginspectie heeft haar eigen minutieuze standaarden, die soms per inspecteur variëren. Alles moet in detail worden beschreven en meerdere keren worden gerapporteerd.
Vertrouw je gekwalificeerde mensen. Vereenvoudig de regels. Geef zorgverleners de tijd om te zorgen. Dat levert minstens evenveel op als een groeinorm — en het kost niets.
Dan is er nog een derde structurele vraag, die steeds meer gesteld wordt. De rol van de mutualiteiten als terugbetalingsinstelling wordt minder evident. Dit is geen verwijt, maar een vaststelling. Wat vroeger de nabijheid van loketten en brievenbussen noodzakelijk maakte, wordt vandaag gedigitaliseerd. Wat uiteindelijk zal overblijven is een systeem waarbij zorgverleners per patiënt moeten bijhouden bij welke mutualiteit die is aangesloten, factureren aan die mutualiteit, waarna die de factuur doorstuurt naar Vlaanderen of het Riziv. Zullen de mutualiteiten verdwijnen? Waarschijnlijk niet, want persoonlijke hulp zal noodzakelijk blijven in het administratieve kluwen dat onze gezondheidszorg is, ook voor de patient. Het feit blijft wel dat we een systeem hebben waarbij data verspreid wordt verzameld, en waarbij spelers op basis van deze eigen data, een eigen verhaal vertellen. En ook al zijn er onafhankelijke ziekenfondsen, de grootste spelers zijn verzuild en vertellen een verhaal dat in de partijlijn past, of vice versa. Wie krijgt daarmee nu een volledig beeld van waar het systeem knelt, waar anomalieën zitten, en waar geld effectief naartoe gaat?
En omdat het 1 mei is: dezelfde vraag geldt voor de RVA en de vakbonden bij werkloosheidsuitkeringen. De structuur die in het papieren tijdperk onmisbaar was, is door de technologie een doorgeefluik geworden. Dat heeft meer nadelen dan voordelen — voor de transparantie, voor de efficiëntie, en uiteindelijk voor de mensen die het systeem zou moeten dienen.
Valerie Van Peel heeft dus gelijk om de rol van ziekenfondsen in vraag te stellen, en om het quasi-gratis consult bij huisartsen te bevragen. Maar door enkel te focussen op profiteurs mist ze de kans om de juiste vragen over structuur te stellen. Die vragen zijn pertinenter, en moeilijker te beantwoorden. Onze gezondheidszorg is van hoog niveau. Dat is niet de verdienste van de structuur die de politiek errond heeft gebouwd, maar de verdienste van de mensen die zich dag na dag inzetten voor hun patiënten, ondanks die structuur. Ze verdienen een politiek die op vlak van zorg hun eigen rol en die van hun administraties en verzuilde organisaties in vraag stelt, geen politiek rookgordijn.
