Op 11 juli, de Vlaamse feestdag, is het altijd zinvol even stil te staan bij de vragen: welke richting gaat het uit met Vlaanderen? Welke koers varen we precies? Werkt het kompas nog wel op deze reis? Het afgelopen jaar viel dat eerlijk gezegd zwaar tegen. Meer zelfs: op tal van domeinen dringt zich een pijnlijke vaststelling op: Vlaanderen is de weg kwijt.
Laten we beginnen met de begroting. Deze week raakte bekend dat het tekort voor 2026 is opgelopen tot 2,2 miljard euro, waarbij Oosterweel nog buiten de begroting wordt gehouden. Dat komt overeen met 3,6% van de ontvangsten (60,9 miljard euro), wat op zich zeker behapbaar lijkt. Wanneer we echter ook naar de schuldgroei kijken, zien we dat de schuld in vier jaar tijd bijna verdubbelde. In 2025 kwam er meer schuld bij dan in het coronajaar 2020. Toekomstige generaties Vlamingen zullen daardoor niet alleen steeds hogere federale interestlasten moeten dragen, maar ook opdraaien voor de Vlaamse schulden. De Vlaamse schuldnorm van 65% van de inkomsten werd intussen vakkundig in de vuilnisbak gekieperd en ligt inmiddels al boven de 100%: niet meteen een toonbeeld van verantwoordelijk bestuur.
Een groot deel van die schuldopbouw is uiteraard toe te schrijven aan het gigantische Oosterweelproject, dat op zich een productieve investering in de Vlaamse economie vormt. Alleen werden de kosten, zoals wel vaker bij dergelijke megaprojecten, zwaar onderschat. Ook Vlaanderen ontsnapte dus niet aan de wet van Flyvbjerg, die net dit soort gigantische budgetoverschrijdingen voorspelt. Dat noopt tot enige bescheidenheid. Vlaamse politici zijn geen überpolitici die alles beter inschatten dan hun collega’s elders, maar gewone politici die dezelfde beoordelingsfouten maken. Enigszins ontnuchterend voor wie dacht dat Vlaanderen daarvoor immuun zou zijn.
Een andere motor achter de schuldopbouw is de steeds verdergaande Vlaamse verstaatsing. Het symbool daarvan was ongetwijfeld de inkoop in de luchthaven van Zaventem. In haar ambitie om de Vlaamse staat verder vorm te geven en op de kaart te zetten, betaalde Vlaanderen 2,77 miljard euro voor een participatie van 39%. De belofte luidde dat dit een budgetneutrale operatie zou worden, omdat de dividenden van de luchthaven vanaf 2028 de extra interestlasten volledig zouden compenseren.
De cijfers voor 2026 vormen op dat vlak echter een pijnlijke realitycheck. Tegenover bijkomende interestlasten van zo’n 100 miljoen euro staan dividenden van amper 24,3 miljoen euro: minder dan de helft van wat was begroot. Hoe de Vlaamse regering denkt die dividenden op een paar jaar tijd te verviervoudigen, blijft een raadsel.
Die verstaatsing beperkt zich overigens niet tot dat ene symbooldossier. Ze blijkt evenzeer uit de verdere uitbouw van de Vlaamse administratie en de Vlaamse subsidiecultuur. Beide zijn symptomen van een politieke klasse die weigert zo verantwoordelijk mogelijk met belastinggeld om te gaan, omdat het electoraal aantrekkelijker is middelen uit te delen dan te besparen.
Toegegeven: op beide vlakken worden eindelijk maatregelen genomen, maar rijkelijk laat. Daardoor werd ook de beperkte fiscale autonomie waarover Vlaanderen beschikt via de gewestelijke opcentiemen nooit benut. Nochtans was er geen betere manier geweest om elke Vlaming te overtuigen van de voordelen van fiscale autonomie dan via een verlaging van die opcentiemen. Een gemiste kans die niet alleen de geloofwaardigheid van toekomstige pleidooien voor meer fiscale autonomie ondergraaft, maar ook het gebrek aan langetermijnvisie pijnlijk blootlegt.
Maar het Vlaamse probleem beperkt zich niet tot de cijfers. Integendeel. Steeds vaker rijst de vraag voor wie deze Vlaamse regering het eigenlijk opneemt. Alvast niet voor de kinderen in het buitengewoon onderwijs, die plots dreigden nog langer onderweg te zijn naar school. Pas na luid protest in de media werd die besparing teruggedraaid. Het morele kompas van de bevoegde minister leek even last te hebben van de hitte.
Maar wat dan met de Vlamingen die getroffen worden door hittegolven, die ook in onze contreien almaar vaker zullen voorkomen? Op veel empathie van de grootste regeringspartij, N-VA, hoeven zij alvast niet te rekenen. “LEEF”, luidde het devies van Theo Francken. Geniet van een barbecue aan het zwembad. Ook Joren Vermeersch vond het allemaal prima en liet op X optekenen: “Wees blij dat we voor even in Italië wonen.” Jean-Marie Dedecker droomde eerder al van palmbomen die van Middelkerke het nieuwe Saint-Tropez zouden maken.
Blijkbaar ontgaat het de N-VA volledig dat klimaatadaptatie voor minder gegoeden allesbehalve een pretje wordt. Wie in een klein dakappartement in de stad woont, heeft weinig aan die wereldvreemde visie op de gevolgen van de klimaatopwarming, als die al erkend wordt. Dat klimaatadaptatie voor deze Vlaamse regering geen prioriteit is, blijkt onder meer uit de afwezigheid van airconditioning in onze rusthuizen. De oversterfte nemen we er dan maar bij, alsof hittegolven even uitzonderlijk zijn als pandemieën. Gouverner, c’est prévoir? Pas en Flandre.
Vooruitziendheid was er dan weer wél toen 1,8 miljoen euro werd gevonden voor het EK jumping in Waregem in 2027. Blijkbaar is dát het Vlaanderen waarvan men droomt: een regio die zichzelf op de kaart zet als het walhalla van de paardensport. Het doet spontaan denken aan de wereldvreemde hoeratweet van Europees Parlementslid Hilde Vautmans (Anders), die trots meldde dat zij had bedongen dat de btw op de aankoop van paarden kon worden verlaagd. De bescherming van kwetsbare Vlamingen of het promoten van de paardensport? Elk zijn strijd.
Ondertussen blijft de Vlaamse regering bovendien volledig in de schaduw van de federale regering staan. Het blijft bijzonder paradoxaal dat Bart De Wever, wellicht de belangrijkste Vlaamse politicus van zijn generatie, liever met tegenzin federaal premier werd dan ooit zelf Vlaams minister-president te worden, ondanks zijn expliciete belofte in 2019 om die rol op te nemen. Huidig minister-president Mathias Diependaele liet dit jaar in Terzake dan weer optekenen dat hij zich strikt zou houden aan de afspraken uit het… federale regeerakkoord over een staatshervorming.
Wat we precies moeten vieren op 11 juli wordt op die manier steeds moeilijker te begrijpen. Leve de Vlaamse regering die zich gewillig onder federale voogdij plaatst? Leve de Vlaamse gemeenschap die het opneemt voor wie het eigenlijk niet nodig heeft, maar kwetsbaren laat sudderen in hun miserie? Leve de Vlaamse schulden, die straks wedijveren met de federale? Leve de Vlaamse staat die Belgischer is geworden dan ooit tevoren?
Stof tot nadenken voor de Vlaamse regering tijdens het zomerreces.
