Afgelopen weken trok Koning Filip een opmerkelijk initiatief. Met 40 bedrijfsleiders, 20 uit Vlaanderen en 20 uit Wallonië, trok hij op handelsmissie door eigen land. Aan beide kanten van de taalgrens werden een aantal bedrijfsbezoeken gepland zodat Vlaamse en Waalse bedrijven elkaar beter zouden leren kennen en mogelijkheden tot samenwerking zouden ontdekken. De complementariteit ligt dan ook voor de hand: Vlaanderen snakt naar arbeidskrachten en ruimte, Wallonië heeft beiden in overvloed.
Volgens Karel Verhoeven in het commentaar van De Standaard toonde dit initiatief hoe België steeds meer een “normale” federale staat wordt. Wat vreemd als insteek omdat van alle “gefedereerde entiteiten” die ons land rijk is, er eigenlijk maar 2 werden betrokken: Vlaanderen en Wallonië. Veel confederaler kan je zo´n “handelsmissie” eigenlijk niet maken. De vraag die dus eerder moet gesteld worden is: omarmt intussen zelfs Koning Filip het confederalisme?
Het initiatief toonde alvast overduidelijk hoe Vlaanderen en Wallonië de jongste decennia eigenlijk steeds meer elkaars buitenland geworden zijn. Men kan dat betreuren, men kan verlangen naar één grote Belgische natie, maar de realiteit onderkennen is ongetwijfeld een verstandigere houding. Niet voor niets waren de partners respectievelijk de regionale werkgeversorganisaties VOKA en AKT en het niet het grote VBO, het Verbond van Belgische Ondernemingen, dat steeds meer als een relict uit een ver verleden aanvoelt. Het AKT werd overigens pas in 2024 opgericht als fusie van de Union Wallonne des entreprises (UWE) en de 5 Waalse provinciale kamers van koophandel, naar het model van VOKA dat die beweging al 20 jaar eerder maakte. Op die manier wordt een Waalse regionale dynamiek duidelijk bevorderd.
Ook opmerkelijk is dat het Brusselse Gewest niet bij het initiatief betrokken werd. Blijkbaar vonden noch de Koning, noch VOKA, noch het ATK dat een (politiek) probleem. De afgelopen jaren gebeurde dat zelfs veelvuldig. Zowel bij het overleg over de loonsverhogingen voor poetshulpen als bij de discussies over het wegenvignet werd het Brusselse Gewest niet uitgenodigd. Vlaanderen en Wallonië snakken duidelijk naar eenvoud en overzichtelijkheid en beseffen steeds meer dat een akkoord tussen beide regio´s eigenlijk een akkoord betekent voor 90% van het land. Ook de Duitstaligen waren geen betrokken partij, wat toont dat het “België met 4” waar een aantal academici jarenlang wild enthousiast liep mee te leuren, niet meer was dan wat intellectuele Spielerei die losstond van de politieke krachtsverhoudingen in dit land.
Samenwerking wordt uiteindelijk maar mogelijk wanneer elke partner baas is in eigen huis. Zo werkt het tussen buurlanden, zo werkt het ook tussen Vlaanderen en Wallonië. Dat staat in schril contrast met de eeuwige strijd op federaal niveau waar zowel politici als burgers zich steeds meer vanaf keren, wegens dodelijk vermoeiend en uitputtend. Het laatste rondje armworstelen rond de federale energiesteun was de laatste illustratie hiervan. Een aaneenschakeling van dreigementen, verwensingen, blokkeringen om finaal weer te landen op een ingewikkeld in elkaar geknutseld compromis met extra uitgaven. De federale reis naar een denkbeeldige oase blijkt zo hoogst onaangenaam, dorstig heen en weer wiebelend op stinkende kamelen. Enkel karakteriële querulanten als George-Louis Bouchez lijken daar nog enig vreemdsoortig genot in te scheppen.
Dat genot begint wel steeds meer masochistische vormen aan te nemen wanneer men de budgettaire situatie in ogenschouw neemt. Ons land is nu ook officieel de zieke man van Europa met de aller slechtste begroting van de Europese Unie, terwijl ons overheidsbeslag nooit hoger is geweest. Hoe destructief is het dan niet om federaal te blijven bikkelen over elke mogelijke hervorming, wanneer Vlaanderen en Wallonië als autonome entiteiten ook op een constructieve manier kunnen samenwerken, vertrekkend vanuit hun eigenheid?
Zou ook Koning Filip niet liever Koning zijn van een Vlaams-Waalse constellatie die haar schulden onder controle krijgt en zich bezighoudt met welvaartscreatie, eerder dan van een Belgisch Koninkrijk dat enkel nog stinkende kamelen produceert?
De Arizonaregering is amper een jaar onderweg maar lijkt zich nu al naar het einde te slepen. De resultaten blijven uit, de besparingen zijn onvoldoende, de cohesie is ondermaats, de verstandhouding structureel zoek. Toch lijkt de kans groot dat premier Bart De Wever zijn ploeg zo stoïcijns mogelijk zal verder slepen tot 2029, al was het maar om iedereen ervan te overtuigen dat er federaal echt niets beter meer mogelijk is dan die ellendige tocht door de woestijn, vruchteloos zoekend naar een oase, steeds vaker verblind door fata morgana´s.
Natuurlijk zullen zowel Vlaamse als Waalse oppositiepartijen in 2029 beweren dat het met hen “anders” wordt. Eén van die partijen maakte van die loze belofte zelfs haar nieuwe partijnaam. Maar wie kan daar nog enig geloof aan hechten, na de stilstand onder Vivaldi, dat in niets op een mooie symfonie leek en vooral uitblonk in gekibbel en gekrakeel? Gaan de ex-Vivaldisten van PS, Ecolo, Groen en “Anders” in 2029 echt opnieuw Vlamingen en Walen ervan proberen te overtuigen dat je federaal nog mooie liedjes kan schrijven?
De nood aan een grote staatshervorming staat als een paal boven water. Het budgettaire bloeden kan niet gestopt worden zonder verregaande autonomie en fiscale responsabilisering van de regio´s. Hoe meer kiezers daarvan overtuigd raken, hoe groter de kans dat we na 2029 eindelijk de omslag naar een confederale en gezondere staatshuishouding kunnen maken.
