De Nederlandse sociaalliberale partij D66 pleit nu voor de invoering van een migratiesysteem naar Canadees model. Hun stelling: migratie moet niet langer gezien worden als iets dat ons overkomt, maar als iets dat je actief kunt sturen – transparant, economisch én humaan. Een verfrissende invalshoek in het gepolariseerde migratiedebat. Maar is het Canadees model ook toepasbaar in België?
Canada selecteert een groot deel van zijn migranten via een zogenaamd puntensysteem (Express Entry). Kandidaten worden gescreend en scoren punten op basis van opleiding, beroepservaring, leeftijd, taalkennis en de vraag op de arbeidsmarkt. De best scorenden krijgen een uitnodiging voor permanente vestiging.
Canada laat jaarlijks ongeveer 400.000 mensen toe – een aanzienlijk aandeel daarvan op economische gronden. Gezinshereniging en humanitaire migratie blijven mogelijk, maar de focus ligt duidelijk op economische waarde. Daarbij werken de federale en provinciale overheden nauw samen, waardoor men gericht kan inspelen op regionale arbeidsmarktnoden.
Er wordt ook heel sterk ingezet op integratie, met verplechte taallessen en zeer veel aandacht voor burgerzin, verantwoordelijkheid en de lokale gewoonten en tradities.
De voordelen
Het grootste voordeel van het Canadese model is zijn doelgerichtheid. Door mensen toe te laten die goed aansluiten op de noden van de samenleving, ontstaan er minder wrijvingen en meer kans op succesvolle integratie.
Ook het maatschappelijke draagvlak is er sterker dan in veel Europese landen. Canadezen ervaren migratie minder als chaotisch of bedreigend, omdat het land er openlijk voor kiest, onder duidelijke voorwaarden. Het puntensysteem wordt bovendien als rechtvaardig ervaren: wie iets bijdraagt, krijgt een eerlijke kans.
Daarnaast zorgt selectie op taalvaardigheid en opleiding ervoor dat veel migranten sneller actief zijn op de arbeidsmarkt, met minder druk op sociale voorzieningen.
De nadelen
Toch is het geen wondermiddel. Een model dat migranten vooral ziet als economische eenheden, dreigt mensen te reduceren tot hun economische potentieel. Wat met de oudere partner van een hoogopgeleide migrant? Wat met laaggeschoolde arbeidskrachten in de zorg of landbouw? Wat met vluchtelingen zonder ‘punten’?
Canada vangt relatief weinig asielzoekers op. Dat maakt het model efficiënter, maar ook ethisch eenzijdig. Tegelijk werkt het land met een groot systeem van tijdelijke arbeidskrachten, vaak in precaire omstandigheden. Achter de façade van een strakke selectie schuilt dus ook sociale ongelijkheid.
Europa
Kan Europa dit model ook invoeren? De Europese Unie kent momenteel geen uniform migratiebeleid. Lidstaten hanteren verschillende criteria, visumbeperkingen en toelatingsgronden. De spanningen tussen landen rond opvang en verdeling van migranten zijn bekend.
Een Canadees systeem vereist uniforme selectiecriteria, eerlijke spreiding en gezamenlijke controle. Europa is daar nog lang niet aan toe. Bovendien moet elk Europees model rekening houden met bestaande verdragen over mensenrechten en asiel. Economische selectie mag humanitaire bescherming nooit verdringen.
En België?
Voor België is een puntensysteem voor derde-landers wél juridisch mogelijk – zolang het niet botst met EU-wetgeving en mensenrechten. Vandaag kent ons land al migratie op basis van knelpuntberoepen, maar het beleid is versnipperd tussen gewesten en federale overheid.
Een Belgisch puntensysteem zou transparantie en controle kunnen versterken, maar vereist duidelijke afspraken: hoeveel migranten laten we toe? In welke sectoren? Hoe zorgen we dat integratie slaagt? Hoe garanderen we sociale bescherming, ook voor wie lager scoort?
Het spreekt voor zich dat dit in een land met zo’n bijzonder complexe beleidsstructuur als België geen sinecure is. Zonder sterke coördinatie dreigt het systeem echter te verwateren of ongelijkheid in de hand te werken. Het mag geen technocratische truc worden om migratie te beperken of verantwoordelijkheid af te schuiven.
Geen kopie, maar vertaling
Het Canadese model toont dat migratiebeleid rationeel en selectief kan zijn zonder in harde uitsluiting te vervallen. Maar België heeft een andere geschiedenis, geografie en institutionele realiteit. Wat we nodig hebben, is geen kopie van Canada, maar een geïnspireerde vertaling: ambitieus, eerlijk en ingebed in Europese en ethische kaders.
Economische selectie kan, maar moet mensenrechten respecteren. Het mag ook geen elitaire selectie worden. Er is immers ook nood aan midden- en laaggeschoolde arbeid. Beoordeel mensen niet alleen op diploma’s, maar ook op motivatie en leerpotentieel.
Belangrijk voor het draagvlak bij de bevolking is dat het systeem transparant en flexibel is. Werken met quota neemt bijvoorbeeld veel onduidelijkheid weg. Die quota kunnen dan jaarlijks aangepast worden op basis van de noden op de arbeidsmarkt.
Vanaf dag één moet er intensief gewerkt worden aan integratie en participatie. Taalkennis, opleiding, werkervaring en burgerschap moeten actief ondersteund en zelfs opgelegd worden, niet als voorwaarde, maar als recht én plicht.
En specifiek voor België moet er gezorgd worden voor een duidelijke en efficiënte coördinatie tussen de gewesten, met genoeg ruimte voor specifieke regionale noden maar met duidelijke nationale kaders.
Een goed migratiebeleid is niet alleen een kwestie van selectie, maar van visie op de samenleving die we willen zijn. Het gaat tenslotte nog altijd over mensen.
