Tegenover het heersende cynisme en negativisme kwam D66 met een gewaagd positie verhaal, dat overigens ook gevoelige onderwerpen als identiteit en waarden niet uit de weg gaat: positief patriottisme.
Het begrip positief patriottisme kreeg vorm in de Nederlandse D66-campagne van 2025, maar wortelt in een dieper Europees debat. In heel Europa worstelen progressieve partijen met de vraag hoe ze identiteit kunnen erkennen zonder nationalistisch te worden.
Negatief nationalisme, zoals dat van de PVV of het Vlaams Belang, vertrekt vanuit angst: angst voor verandering, voor migratie, voor verlies van controle.
Het wijst een zondebok aan en maakt uitsluiting tot morele plicht.
Positief patriottisme vertrekt vanuit vertrouwen.
Het zegt: “We houden van ons land, niet omdat het volmaakt is, maar omdat we het beter willen maken.”
Het is een liefde die bouwt, geen angst die breekt.
Rob Jetten vertaalde dat in een politieke praktijk die drie kernideeën verbindt:
- Trots zonder uitsluiting: identiteit als iets wat mensen samenbrengt.
- Verantwoordelijkheid in verbondenheid: vrijheid is pas echt als ze gedeeld wordt.
- Hoop als politiek instrument: vooruitgang vergt vertrouwen in wat mogelijk is.
In tijden van polarisatie klinkt dat misschien soft, maar het is in wezen radicaal:
het weigert de logica van vijanddenken.
Het biedt burgers iets dat zeldzaam is geworden — een emotionele reden om redelijkheid te verkiezen.
