Kritiek op de overheid wordt vaak geassocieerd met rechtsliberale of conservatieve opvattingen. Pleidooien voor vereenvoudiging, deregulering of administratieve efficiëntie zouden niets anders zijn dan pogingen om de rol van de overheid te verkleinen. Nochtans is streven naar efficiënt(er) bestuur ook een heel sociale reflex, want het zijn vooral burgers die afhankelijk zijn van publieke dienstverlening die er voordeel bij hebben.
Wie sociale mobiliteit ernstig neemt, kan zich moeilijk neerleggen bij complexe procedures, versnipperde bevoegdheden en onduidelijke regelgeving. Een overheid die moeilijk toegankelijk is, vergroot ongelijkheid tussen burgers die de weg kennen en burgers die verdwalen in administratieve systemen.
Efficiëntie als emancipatie
De Belgische institutionele structuur is historisch gegroeid en weerspiegelt politieke compromissen. Die compromissen hebben stabiliteit mogelijk gemaakt, maar ook geleid tot een grote mate van complexiteit.
Bevoegdheden zijn verdeeld over verschillende niveaus, procedures verschillen per regio, en regelgeving wordt vaak aangepast zonder systematische vereenvoudiging. Voor burgers en ondernemingen betekent dit een grote administratieve last.
Complexiteit functioneert impliciet ook als drempel. Wie over middelen beschikt, kan expertise inkopen. De rest is op zichzelf aangewezen, verdwaalt in de bureaucratische wirwar en haakt gefrustreerd en ontmoedigd af.
Een efficiënte overheid kan dus emancipatorisch werken.
Een progressieve visie op overheid vertrekt vanuit toegankelijkheid en transparantie.
Wanneer procedures duidelijk zijn, kunnen burgers beter gebruik maken van hun rechten. Wanneer regelgeving coherent is, ontstaat meer rechtszekerheid.
Wanneer bevoegdheden helder zijn afgebakend, wordt democratische verantwoordelijkheid versterkt.
Efficiëntie betekent niet noodzakelijk minder overheid, maar vooral betere overheid.
De rol van regionale autonomie
Beleidsniveaus die dichter bij de burger staan, kunnen beter inspelen op lokale noden. En als ze ook de nodige autonomie krijgen, kunnen deze kleinere niveaus ook experimenteren en zo beleidsinnovatie stimuleren.
Het spreekt voor zich dat hiervoor duidelijke afspraken moeten gemaakt worden. Wanneer bevoegdheden versnipperd zijn zonder heldere afbakening, zal dit de bestuurlijke inefficiëntie alleen maar vergroten.
Subsidiariteit moet dus gepaard gaan met responsabilisering.
Efficiënte overheid is geen ideologisch monopolie. Wie gelooft in gelijke kansen, heeft belang bij begrijpelijke regels en toegankelijke instellingen. Bestuurlijke vereenvoudiging betekent niet minder solidariteit, maar kan sociale rechtvaardigheid net versterken.
