De Mercosur-deal tussen de Europese Unie en een aantal Zuid-Amerikaanse landen roept in Vlaanderen sterke reacties op. Voor sommigen is het akkoord het symbool van ongecontroleerde globalisering die onze landbouw en het klimaat onder druk zet. Voor anderen is het net een noodzakelijke stap om Europa economisch relevant te houden in een wereld die steeds meer door grootmachten wordt gedomineerd. Hoe dan ook: vrijhandel is belangrijk om welvaart, vooruitgang en internationale samenwerking te bevorderen, maar even belangrijk is dat ze sociaal rechtvaardig en ecologisch verantwoord is.
Vlaanderen is een open economie, sterk afhankelijk van export, logistiek en internationale waardeketens. Onze havens, industrie en talrijke kmo’s varen wel bij duidelijke handelsregels en voorspelbare toegang tot groeimarkten. In die zin biedt Mercosur reële kansen: een markt van meer dan 260 miljoen mensen, met vraag naar Europese technologie, chemie, diensten en kwaliteitsproducten. Het zou kortzichtig zijn om die opportuniteiten zomaar af te wijzen.
Tegelijk mogen we niet blind zijn voor de bezorgdheden. In het huidige debat rond Mercosur worden terecht vragen gesteld over ontbossing, klimaat en landbouw. Die zorgen mogen we niet minimaliseren. Handel die bijdraagt aan de vernietiging van het Amazonewoud of aan oneerlijke concurrentie voor Vlaamse landbouwers, ondergraaft haar eigen legitimiteit. Daarom is een onvoorwaardelijk “ja” voor dit akkoord niet vanzelfsprekend.
In het akkoord moeten bijvoorbeeld afdwingbare klimaatafspraken opgenomen worden die verder gaan dan vrijblijvende verklaringen. De Mercosur-landen moeten zich aantoonbaar houden aan het Akkoord van Parijs, met duidelijke sancties bij schendingen. Duurzaamheid mag geen bijkomstigheid zijn, maar moet een kernonderdeel vormen van het handelsregime. Vlaanderen heeft er alle belang bij dat Europese normen internationaal de lat hoger leggen, in plaats van een race to the bottom te faciliteren.
Ook op sociaal vlak zijn duidelijke rode lijnen nodig. Vrijhandel kan enkel maatschappelijk gedragen worden als ze gepaard gaat met respect voor arbeidsrechten, vakbondsvrijheid en mensenrechten. Europa moet zijn economische gewicht gebruiken om positieve verandering af te dwingen. Dat vergt politieke moed, maar ook realisme: engagement werkt beter dan isolatie, zolang het engagement geloofwaardig en controleerbaar is.
De landbouw vormt wellicht het gevoeligste dossier. Vlaamse boeren kreunen vandaag al onder lage marges, hoge standaarden en strenge regels. Het zou onaanvaardbaar zijn hen verder onder druk te zetten met import die niet aan dezelfde eisen voldoet. Een verstandige aanpak zorgt voor eerlijke concurrentie, flankerende steun en een toekomstgericht landbouwbeleid dat inzet op kwaliteit, duurzaamheid en toegevoegde waarde. Dat debat moet eerlijk gevoerd worden, zonder landbouwers tegen klimaatactivisten uit te spelen.
Ten slotte is er de geopolitieke dimensie. In een wereld waarin China en de VS hun invloed uitbreiden, kan Europa het zich niet veroorloven om Latijns-Amerika links te laten liggen. Een partnerschap gebaseerd op handel, waarden en samenwerking versterkt de strategische autonomie van de EU. Maar ook hier geldt: geopolitiek mag nooit een excuus zijn om principes overboord te gooien.
Voor ons is de Mercosur-deal dus een toetssteen. Ze dwingt ons om trouw te blijven aan onze kernideeën: openheid, verantwoordelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Niet door simplistisch voor of tegen te zijn, maar door het debat te verheffen. Handel kan een kracht voor vooruitgang zijn — als we durven sturen, bijsturen en grenzen trekken waar nodig.
