Brussel draait intussen al meer dan zeshonderd dagen op automatische piloot. De huidige regering is beperkt tot lopende zaken, wat betekent dat nieuwe projecten en hervormingen niet van de grond komen. Wat ooit een tijdelijke toestand moest zijn, is uitgegroeid tot een structurele verlamming.
De financiële impact is groot. Zonder volwaardige begroting kan het Gewest enkel voorlopige kredieten gebruiken. Belangrijke investeringen in mobiliteit, woningbouw en klimaatbeleid worden uitgesteld of geannuleerd. Brusselse ambtenaren werken zonder politieke richting, terwijl de administratie steeds meer dossiers voor zich uitschuift in afwachting van beslissingen die maar niet vallen.
De economische onzekerheid groeit. Bedrijven wachten op duidelijkheid over stedelijke belastingen, mobiliteitsplannen en vergunningen. Internationale investeerders zien de hoofdstad van Europa als een risicogebied: politiek instabiel, bestuurlijk traag. Ook voor de Brusselaars zelf wordt het gebrek aan bestuur voelbaar. Woningprijzen stijgen, sociale programma’s vertragen en de beloofde klimaatmaatregelen blijven dode letter.
De stilstand tast bovendien het imago van Brussel aan. Als zetel van de Europese instellingen en symbool van het Belgische federalisme was de hoofdstad bedoeld als toonbeeld van samenwerking. Nu geldt ze eerder als voorbeeld van wat er mis kan gaan wanneer partijen blijven steken in hun eigen loopgraven.
