Een van de meest controversiële ideeën binnen het ecomodernisme gaat over landbouw. Veel milieubewegingen pleiten voor kleinschalige, extensieve landbouw. Ecomodernisten stellen juist het tegenovergestelde voor: intensieve landbouw om de natuur te beschermen.
Het uitgangspunt is eenvoudig. Landbouw is wereldwijd de grootste gebruiker van landoppervlak. Hoe meer land nodig is om voedsel te produceren, hoe minder ruimte er overblijft voor natuur.
Als landbouwproductiviteit stijgt, kan dezelfde hoeveelheid voedsel op minder land worden geproduceerd.
Dit principe staat bekend als land sparing. In plaats van landbouw en natuur overal te mengen, worden menselijke activiteiten geconcentreerd zodat natuurgebieden intact blijven.
Historisch gezien heeft technologische vooruitgang de landbouwproductiviteit enorm verhoogd. Kunstmest, irrigatie, verbeterde zaden en mechanisatie hebben ervoor gezorgd dat oogsten per hectare spectaculair zijn gestegen.
Sommige regio’s tonen hoe natuur kan herstellen wanneer landbouwdruk afneemt.
In delen van Costa Rica bijvoorbeeld is bosareaal opnieuw gegroeid nadat landbouwproductie intensiever werd en economieën verschoven naar diensten en technologie.
Ook grootschalige natuurprojecten zoals in Yellowstone National Park tonen hoe ecosystemen zich kunnen herstellen wanneer voldoende ruimte wordt vrijgemaakt.
Ecomodernisten pleiten daarom voor een combinatie van intensieve landbouw en grotere natuurgebieden. Technologie zoals precisielandbouw, genetische verbetering van gewassen en verticale landbouw kan voedselproductie verder concentreren.
Critici vrezen dat intensieve landbouw leidt tot vervuiling, verlies aan biodiversiteit en afhankelijkheid van technologie.
Voorstanders antwoorden dat moderne landbouw net steeds efficiënter wordt. Precisietechnologie kan bijvoorbeeld het gebruik van meststoffen en pesticiden sterk verminderen.
De vraag is uiteindelijk niet of landbouw impact heeft op de natuur — dat heeft ze altijd — maar welke landbouwvorm de minste impact heeft.
Voor ecomodernisten ligt het antwoord in de paradox: hoe instensiever en productiever landbouw wordt, hoe meer ruimte er kan vrijkomen voor natuur.
