Brussel is uniek — en complex.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt 19 gemeenten, een eigen parlement en regering, én aparte instellingen voor de Vlaamse en Franse gemeenschappen.
Elke beslissing vergt goedkeuring door beide taalgroepen: 72 Franstalige en 17 Nederlandstalige verkozenen.
Die dubbele meerderheid maakt samenwerking noodzakelijk, maar ook broos.
Een partij kan aan de ene kant meerderheid hebben, maar toch vastlopen als de andere taalgroep “nee” zegt.
Bovendien overlappen bevoegdheden: mobiliteit, welzijn, huisvesting en onderwijs worden verdeeld tussen gewest en gemeenschappen.
Dat zorgt voor traagheid en soms kafkaiaanse situaties — zoals dossiers die maandenlang blijven liggen omdat twee administraties dezelfde bevoegdheid claimen.
Kortom: Brussel is een laboratorium van het Belgische federalisme — en tegelijk zijn grootste test.
