In het milieudebat overheerst vaak een sombere boodschap. Minder vliegen. Minder consumeren. Minder economische groei. Maar misschien ligt de oplossing voor de ecologische crisis niet in minder moderniteit, maar in méér moderniteit.
Dat idee staat centraal in het ecomodernisme.
De term kreeg internationale bekendheid in 2015 met het Ecomodernist Manifesto, een tekst ondertekend door wetenschappers en milieudenkers die verbonden zijn aan onder meer het Breakthrough Institute. Hun centrale stelling is verrassend eenvoudig: menselijke ontwikkeling kan steeds meer worden losgekoppeld van milieuschade.
Die ontkoppeling — in het Engels decoupling — is volgens ecomodernisten al begonnen. Moderne samenlevingen gebruiken steeds minder grondstoffen en energie per eenheid economische activiteit. Technologie maakt het mogelijk om efficiënter te produceren, energie schoner op te wekken en landbouw intensiever te maken.
De paradox is dus dat juist economische ontwikkeling vaak leidt tot minder druk op natuur.
In rijke landen neemt ontbossing bijvoorbeeld vaak af, omdat landbouwproductie efficiënter wordt en minder land nodig heeft. Industriële productie verschuift naar schonere processen en energievoorziening kan steeds meer worden gebaseerd op koolstofarme bronnen.
In die visie zijn steden, industrie en technologie geen vijanden van de natuur, maar juist instrumenten om natuur te beschermen. Hoe dichter mensen leven, hoe minder land ze nodig hebben. Hoe productiever landbouw wordt, hoe meer ruimte er kan vrijkomen voor ecosystemen.
Ecomodernisten spreken daarom vaak over het principe van land sparing: natuur beschermen door menselijke activiteiten te concentreren.
Critici vinden deze visie te optimistisch. Ze vrezen dat technologische oplossingen nieuwe problemen creëren of dat economische groei uiteindelijk toch meer consumptie betekent.
Maar voor ecomodernisten is het alternatief — economische krimp (degrowth) of permanente soberheid — politiek onrealistisch en sociaal onwenselijk. Hun uitgangspunt is dat miljarden mensen nog steeds hogere levensstandaarden willen bereiken. De uitdaging is dus niet om moderniteit af te remmen, maar om haar slimmer te maken.
De kern van het ecomodernisme kan daarom in één zin worden samengevat:
de toekomst van de planeet ligt niet in minder vooruitgang, maar in slimmere vooruitgang.
